Vorige week was ik samen met front-endcollega’s Barry en Mijndert op de Fronteers conferentie van 2011, hét congres voor front-end developers. Was het vorig jaar al echt helemaal te gek, ook dit jaar werden we niet teleurgesteld. Het was een echt, authentiek nerd-feest. Na twee dagen praatjes over CSS3 (mijn li:nth-child is vetter dan die van jou), stoer javascript, broodnodige accessibility en vette HTML5 tags was ik lichtelijk euforisch: ik heb echt gaaf werk. De sprekers waren allemaal erg goed en erg inspirerend (ondanks dat ze rondliepen op blote voeten of in felgroene mankini).
Helaas, na het weekend werd ik werd enigszins wakker uit die droom. Als alles over 4 jaar een beetje mainstream is geworden, dan, ja dán heb ik echt het allerleukste werk van de hele wereld. Maar goed, stiekem gebruiken we al wat dingetjes toe waarvan we vorige jaar zeiden dat die over vier jaar pas konden, dus er is hoop. Het toepassen van responsive design bijvoorbeeld is geen toekomstpraat meer.
Ik zal verder niet in detail ingaan op de praatjes, ik kan alleen zeggen dat ik echt dolgelukkig werd van het feit dat ik nu eindelijk weet hoe ik de perfecte ovaal moet maken met border-radius en hoe je box-shadow kunt inzetten voor een tweekleurige scheiding van je background of voor oneindig veel borders om je afbeeldingen (voor echt geïnteresseerden, de slides staan hier). De trouwe Frank-lylezer echter, wordt hier waarschijnlijk niet warm of koud van.
Wat wel voor iedereen van belang is, is de eindnoot van de conferentie. Er werd afgesloten met een verhaal van Christian Heilmann (bekend van vorig jaar met zijn uitspraak ‘front-end is as awsome as Chewbacca On A Squirrel Fighting Nazis’) die ons op het hart drukte om dit jaar iets minder zwart-wit met ons vakgebied om te gaan. Minder ruziemaken (mijn code is beter dan jouw code) en meer openstaan voor andere disciplines. Ik ga mijn best doen (al blijft mijn border-radius natuurlijk veel vetter dan de jouwe)!